Winternachten in Theater Dakota

Gepubliceerd op: 21 januari 2017

In Den Haag is donderdag de negentiende het internationale literatuurfestival Winternachten weer los gebarsten. Vier dagen lang zijn er debatten, voordrachten en optredens van bekende Nederlandse en buitenlandse auteurs. Beroemde buitenlandse gasten van het festival zijn onder anderen Michail Sjiskin, Colson Whitehead, Dorit Rabinyan en Michael Faber. Van over de hele wereld zijn schrijvers naar Den Haag gehaald om voor te lezen en verhalen te vertellen. Een heel bijzondere afdeling van het Winternachtenfestival vindt plaats buiten het centrum van Den Haag: in het theater Dakota in Den Haag Zuid-West, stadsdeel Escamp om precies te zijn. Binnen het Winternachtenfestival is daar een eigenstandige jaarlijkse traditie ontstaan: Wereldverhalen. Voor Wereldverhalen worden geen prominente schrijvers uit het buitenland ingevlogen, maar wordt de wereld uit de buurt en uit de stad Den Haag zelf gehaald. Onbekend verteltalent uit de buurt, van zeer diverse afkomst, werd uitgenodigd een verhaal te komen vertellen, deze keer afgewisseld met de gedichten van het grote jonge poëzietalent Marieke Rijneveld en muziek van zangeres Denise Jannah. Francis Broekhuijsen
De geestdriftig presentator Francis Broekhuijsen leidde de middag. Beginpunt van elk verhaal moest een voorwerp zijn, een dierbaar voorwerp, dat was het opstapje voor het verhaal. Buurtbewoner Geurt Bauw, heel klein van stuk, gehandicapt, vertelde over zijn geliefde rollator, met ‘ossekopracestuur’ die hem overal bracht. Fransjeska Bootje hield een kinderspeen in de lucht en vertelde over de brand die haar ouderlijk huis verwoestte en maar heel weinig overliet, zoals haar babyspeen. Heel bijzonder was het verhaal van de oorspronkelijk Iraanse Shole Rezazadeh. Zij bracht een veldfles mee, de veldfles die ze als jong meisje meenam op haar fietstochten vroeger, in Noord-Iran, vlakbij de grens met Azerbeidzjan. Haar verhaal ging over de tuin die ze vond op haar tochten. Een tuin met een oude walnootboom, waaraan een schommel hing, waarop ze schommelde met de jongen die woonde in het huis bij de tuin. Maar de boom was te oud om de kinderschommel nog te dragen. Daarom zong een oude vrouw een lied voor de stervende boom. Shole Rezazadeh zong in haar verhaal zelf dit mooie Iraanse lied. Ze verontschuldigde zich voor haar slechte Nederlands, maar haar vertelstijl was juist prachtig: ‘Ik ben in Noord-Iran en daar zijn jullie ook.’ Marieke Rijneveld Uit alle verhalen bleek dat de voorwerpen die de aanleiding vormden er uiteindelijk niet zo toe deden. De verhalen zelf waren belangrijker. Dat was ook zo bij de dichteres Marieke Rijneveld, winnares van de Buddingh’prijs voor haar debuut Kalfsvlies, talent van het jaar en nog heel veel meer. Zij had een blikje sardientjes meegenomen, dat eigenlijk een blikje tonijn had moeten zijn, omdat blikjes tonijn aan het begin van haar studieloopbaan een hoofdbestanddeel van haar voedselpakket vormden. Maar de blikjes waren eigenlijk niet belangrijk, want Rijneveld stelde: ‘ik doe eigenlijk niet aan voorwerpen, ik doe aan herinneringen’. En dat bleek ook uit de gedichten die ze voorlas uit Kalfsvlies, zoals ‘Verdrietvreters’, met fascinerende regels als :Naast mij een opengeklapt dagboek met tussen sommige pagina’s zilvervisje die niet/op vocht maar op verdriet afkomen.Op de zaal maakte Rijnevelds voordracht grote indruk. Er daalde een grote stilte neer omdat iedereen zo ingespannen zat te luisteren, slechts af en toe onderbroken door een grinnik om de absurde ‘beeldenbuiteling’, zoals de presentator het noemde. Studenten Naast de buurtbewoners en Marieke Rijneveld trad ook een groepje studenten van de Haagse Hogeschool op, van de opleiding van dramadocent Martine Zeeman. Zij hadden zich al behoorlijk goed geschoold in het verhalen vertellen, zoals de Oekraïense Olesia Nemisj, die als haar bijzondere voorwerp haar Nederlandse identiteitskaart had meegenomen. Ze vertelde nooit van te plan te zijn geweest om naar Nederland te immigreren, want Oekraïne was het ‘land van luchten en velden,’ maar ze ontmoette een Nederlandse man en liet zich leiden door de liefde, want ‘zelfs een hut is een paradijs als daar de liefde leeft.’ Wel had ze nog moeite met de merkwaardige Nederlandse gebruiken, zoals de gewoonte een fles wijn mee te nemen als je bij iemand gaat eten. Mogelijk staan over een paar jaar sommige van deze nu nog onbekende verhalenvertellers uit Den Haag op het hoofdpodium van Winternachten.Tekst: Arno Kuipers/Literatuurplein