Maak een verre reis met vakantielezen

Gepubliceerd op: 7 augustus 2021 12:28

De bibliotheek Huizen-Laren-Blaricum heeft tot 12 september een leuk zomerleesprogramma dat ‘Vakantielezen, ga mee op reis’ heet. Het programma stimuleert kinderen uit groep 3 en 4 te lezen tijdens de zomervakantie.

Overgenomen van Huizen Extra

Foto: Bob Awick. Tekst: Suzan Oostwouder.

Spannende ontdekkingsreis

Of een kind nu op de camping, in de tuin, aan het strand of op de trampoline is, lezen kan het overal. Vakantielezen is een spannende ontdekkingsreis. Dankzij dit online programma, wordt het leesniveau van jonge lezers op peil houden. Samen met hun ouders, kunnen kinderen een reis maken langs zes eilanden waar ze in totaal 18 opdrachten maken. Hiermee worden op speelse wijze hun taal- en leesvaardigheid gestimuleerd. Alle kinderen uit groep 3 en 4 kunnen meedoen met vakantielezen. Ze moeten dan wel even lid worden van de bibliotheek, maar dat is gratis.

Schattenjacht

"Met de digitale schattenjacht, maken de deelnemers kans op leuke prijsjes. De materialen zijn gratis verkrijgbaar in de bibliotheek”, vertelt Sil Wijnvoord, medewerker informatie en advies. Verder verzorgt ze groepsbezoeken aan de bibliotheek en leest ze voor aan mensen van 0 tot 88 jaar. Ze is veel werkzaam op jeugdgebied en heeft zichzelf daarin gespecialiseerd.

“Het programma heet ‘Vakantielezen, ga mee op reis’ omdat je niet per se fysiek maar ook in boeken kunt reizen naar verre oorden. Vakantielezen is een leesprogramma van Bionet Groningen. Het is speciaal ontwikkeld omdat kinderen altijd in een zomerdip terecht komen, met name kinderen die niet goed kunnen lezen.

‘Kinderen die in de zomervakantie niet lezen, gaan terug in hun leesniveau. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die in de zomervakantie zes weken niet lezen, teruggaan in hun leesniveau. Zo rond de herfstvakantie zijn ze dan weer terug op hun eigen niveau. Het teruggaan in niveau, speelt ook bij andere vakanties, maar het geldt natuurlijk niet voor álle kinderen. Het lezen op zich stond sowieso al onder druk. Helemaal in het coronajaar waarin kinderen lange tijd niet naar school gingen. Ze liepen snel een leesachterstand op. Het leesoffensief is in het leven geroepen om daar flink aandacht aan te besteden. Bij ons in de bibliotheek zien we een stijging in aanloop op de momenten dat mensen bijna op vakantie gaan. Er zijn kinderen die het fijn vinden om te lezen. Ze halen tien boeken voor op de camping.”

“We hebben het vakantielezen ook op scholen gedaan. Nelleke Herlaar ging langs bij verschillende scholen en vertelde over het programma. De kinderen in de klas hebben ook meegedaan. Wat nu in de bibliotheek ligt, is speciaal voor de bezoekers. Met de thuiseditie kunnen ze met het gezin meedoen. Je komt in het programma via www.vakantie-lezen.nl.”

Hoe het werkt

“Je gaat naar de website en meld je alleen of met het gezin aan. Je maakt een wachtwoord en een code aan en dan kom je bij de eerste opdracht terecht. De 18 opdrachten zijn verdeeld over zes eilanden. Enkele voorbeelden van die eilanden zijn: Sprookjeseiland, Avontureneiland. Sportmanië en het Dierenrijk.”

Op elk eiland doet het kind drie opdrachten en zo lost het het vraagstuk naar een bepaald woord op. Daarna kan het kind naar de bibliotheek komen want na het voltooien van de drie opdrachten, krijg het (per eiland) een sticker op zijn stickerkaart. Met zes stickers is de kaart vol en mag het kind komen grabbelen naar een presentje.

Prijsjes

“Van de volle stickerkaart kan het kind nog een foto maken en die opsturen naar www.vakantie-lezen.nl/prijsvraag. Daar worden alle foto’s verzameld. Wij horen wie in onze regio heeft meegedaan en daar kiezen we een winnaar uit die een kleine prijs ontvangt.”

“Een ander doel van dit programma is te stimuleren dat kinderen verschillende soorten boeken lezen. Op elk eiland lezen ze namelijk een ander soort boek. Er zijn: zoekboeken, puzzelboeken, moppenboeken, stripboeken, leesboeken en weetjesboeken. Het is belangrijk dat je niet altijd hetzelfde leest.”

Opdrachten

Sil Wijnvoord geeft voorbeelden van de opdrachten die moeten worden gemaakt. “Wanneer je bijvoorbeeld op Avontureneiland komt, krijg je de opdracht Flessenpost: Schrijf een mooie brief, stop die in een fles en versier de fles. Geef hem daarna aan iemand anders.”

“Een ander voorbeeld is: Maak een zandverhaal. Ga naar het water, zoek dingen uit de natuur: een stokje, blaadje en gras en maak daarvan een zandtekening.”

“Het is wel verstandig dat een ouder meekijkt met zijn kind. De website en opdrachten zijn geschreven op het leesniveau van kinderen. Ze kunnen de opdrachten in principe zelfstandig doen, maar met het inloggen en het wachtwoord, moeten ouders wel even helpen. Zo worden de kinderen ook nog eens mediawijs.”

Afsluiting

“We zien hier diverse kinderen die een sticker komen halen. Het grabbelmoment kan dienen als afsluiting, maar ook het maken van een foto. Kinderen die op school hebben meegedaan en bij ons komen, herkennen het. Dat is leuk om te zien.”

“Met dit programma lokken we de kinderen naar de bibliotheek. Ze kunnen met ons een gesprekje voeren over het programma. Het contact met de ouder is voor ons echter ook heel belangrijk. We kunnen ouders eens iets anders aanraden. Je wilt graag de ouders hier hebben. De meesten weten niet welke nieuwe boeken er zijn. Dat speelt ook bij de leerkrachten.”
‘Voor elke situatie is er een boek’.

“Leerkrachten hoeven niet voor de zoveelste keer ‘Het leven van een loser’ voor te lezen. Dat lezen die kinderen zelf wel. Wij leggen uit welke boeken ze waarbij kunnen gebruiken. Voor elke situatie is er een boek. Heeft een kind een zieke ouder of is het zelf ziek? Dan is daar een boek over. Komt er een nieuw kind uit een ander land in de klas? Dan hebben wij ook een boek.”

“We hebben een leuk boek dat gaat over een jongen met ADHD. Het kind heeft een fantasievriendje dat hem door moeilijke situaties heen helpt. In het boek wordt prachtig beschreven hoe de jongen zich voelt en wat de invloed van het fantasievriendje is.”

Pelle

“Ook is er een boek over Pelle. Zijn vader is overleden. De vader had een doos gemaakt met daarin allemaal briefjes. Daarop stond onder andere: ‘Misschien ben je nu wel 12 jaar en ga je voor het eerst met een vriendinnetje weg’ of: ‘Wees lief voor mama, hier zit geld in. Koop maar een ijsje voor haar.’ Met behulp van dit soort boeken, kunnen leerkrachten het gesprek aangaan met hun leerlingen.”

Wegwijzer voor elk kind

“Er zijn bij ons ook boeken voor kinderen met dyslexie. Ik zeg altijd dat lezen geen wedstrijd is. Het zou fijn zijn als deze kinderen nieuwsgierig zouden zijn en het lezen zouden kunnen zien als een uitdaging. Je zou elk kind toewensen dat het iemand heeft die het aanmoedigt om te lezen. Een wegwijzer voor elk kind.”

De bibliotheek doet meer. Zo werkt ze samen met scholen. “We hebben een speciaal programma ontwikkeld voor leesbevordering, mediawijsheid en kunst & cultuur. Daarop kunnen scholen en het voortgezet onderwijs inschrijven en zo diverse programma’s afnemen.”

“Verder hebben we workshops ontwikkeld voor leerkrachten. We geven die op scholen aan leraren om het team weer een boost te bezorgen. Jeugdspecialist Merel Barnard is daarvoor de contactpersoon.”

Nooit stoppen

“Bij elk onderwerp past een boek. Ook bij vakken als aardrijkskunde en geschiedenis. Veel kinderen vinden lezen niet fijn of kunnen het eenvoudigweg niet zo goed. Als er dan thuis niet wordt voorgelezen, steekt zo’n kind in de klas er heel veel van op wanneer de juf of meester voorleest. Je moet nooit stoppen met voorlezen.”