Katarzyna Kobro en Władysław Strzemiński

Gepubliceerd op: 24 september 2019 14:23

Wat te doen als een boek in Nederland is uitverkocht en alleen een museum in Łódź (Polen) nog exemplaren heeft?

Entree: onze Nederlands-Poolse collega Ula.

Zij stuurde een mail naar het museum, en nu is de uitgebreide collectie kunstboeken in de Bibliotheek Brinkhuis Laren nog verder uitgebreid met een bijzonder boek over het Poolse kunstenaarsechtpaar Katarzyna Kobro en Władysław Strzemiński .

Maar waarom wilden wij het boek zo graag hebben?

Wie het boek doorbladert zal het meteen gewaarworden: er is een duidelijke wederzijdse invloed zichtbaar tussen hun werk en dat van de kunstenaars van De Stijl. En boeken over De Stijl horen thuis in de Larense collectie!

Katarzyna Kobro (1898-1951) en Władysław Strzemiński (1893-1952) ontmoeten elkaar in de turbulente jaren na de Russische Oktober-revolutie in 1917. Hun paden kruisen in Moskou. Kobro -een Russische met wortels in Duitsland- studeert hier aan de School voor Beeldende Kunst en Architectuur. Strzemiński - geboren in Minsk als telg uit een Poolse, adellijke familie - studeert aan de eerste, door de staat gesubsidieerde, kunstacademie. In Rusland, en later ook in Polen, speelt het tweetal een actieve rol in de avant-garde kunstscene waar ook Kazimir Malevich en Antoine Pevsner deel van uitmaken. In het voorjaar van 2019 liet het Gemeentemuseum het Nederlandse publiek kennismaken met dit eigenzinnige kunstenaarsechtpaar dat zich geografisch en artistiek gezien op een kruispunt bevindt in Europa.  

In 1920 trouwen Katarzyna Kobro en Władysław Strzemiński. Ongeveer een jaar later, wanneer de situatie voor progressieve geesten in de Sovjet-Unie verslechtert, vluchten zij van Rusland naar Polen. Hier ontwikkelen zij ieder hun eigen kenmerkende stijl gestoeld op Strzemiński’s theorie van het ‘Unisme’ waarin kleur, vlak, lijn en ruimte een ‘totale, onverwoestbare’ eenheid aangaan. Zij vertaalt dit naar ruimtelijke objecten uit hout en metaal. Hij naar schilderijen die hij ‘architectonische composities’ noemt. Elke emotionele referentie of verwijzing buiten het vlak van het schilderij, acht hij uit den boze.

Zowel Kobro als Strzemiński doceren kunst op diverse scholen. Strzemiński publiceert daarnaast in hoog tempo artikelen en correspondeert onder meer met Malevich, Van Doesburg en Georges Vantongerloo. In de jaren ’30 begint hij met de ontwikkeling van een ‘Theorie van het kijken’, een ‘Théorie de la vision’, waarin hij culturele, sociale en psychofysiologische invloeden onderzoekt en benoemt, die in het kijken de relatie met onze natuurlijke omgeving beïnvloeden. Daarmee komt hij op gespannen voet te staan met het sociaalrealisme dat door de heersende macht wordt gepropageerd.

In 1929 verenigt zich onder de enthousiaste aanvoering van het echtpaar een groep Poolse kunstenaars in de Grupa a.r.: de ‘revolutionaire kunstenaarsgroep’ of de ‘ware avant-garde’. Zij verdedigen de abstracte kunst in manifesten en polemische artikelen. Ook leggen zij een verzameling aan met werken die vanuit heel Europa worden geschonken door geestverwante kunstenaars, onder wie Fernand Léger, El Lissitzky, Jean Arp, Theo van Doesburg en Vantongerloo. In 1931 krijgt de collectie een eigen museum in Łódź, Muzeum Sztuki, dat mede door Strzemiński is opgericht. Kobro en Strzemiński vullen de verzameling verder aan met werken van eigen hand.

De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog veranderden hun werk essentieel en bruut. Kobro legde zich toe op het maken van een klein aantal vrouwelijke, naakte beelden, en stopte toen met kunst. Strzemiński verwerkte de verschrikkingen van de vernietigingskampen in lyrische fotocollages. Zijn ‘vlek’-tekeningen zijn symbolisch en surrealistisch van toon.

Het sociale weefsel dat de twee als ideaal voor zich hadden gezien, rafelde uiteen en verwaaide in de storm die de nieuwe machthebbers om zich heen creëerden. Het werken werd de twee onmogelijk gemaakt. Ziekte, honger en verwaarlozing deden de rest.  

Sjeng Scheijen over zijn boek De avant-gardisten


Het boek over dit bijzondere Poolse kunstenaarsechtpaar heeft veel raakvlakken met de lezing die Sjeng Scheijen 1 november a.s. in Bibliotheek Huizen zal geven over zijn veelgeprezen boek De avant-gardisten, over de Russische Revolutie van 1917 en de kunst.