Soms doe je op de vreemdste plekken leestips op...

Gepubliceerd op: 17 april 2018 11:54

Enkele jaren geleden bezocht ik een werkelijk prachtige tentoonstelling met het werk van Maurice Escher in het Herakleidon Museum in Athene, off all places.

Dwalend door de zalen werd plotseling mijn aandacht getrokken door het woord Blaricum op een affiche in een wat donker hoekje. Bij nadere beschouwing bleek het een affiche van de hand van deze wereldberoemde Nederlandse graficus voor een tentoonstelling van zijn werk in Kunstzaal van Lier in Blaricum in 1949. Kunstzaal Van Lier in Blaricum? Nooit van gehoord.

In het komende zomernummer van DEELgenoot, het blad van de Historische Kring Blaricum, zal een uitgebreid artikel verschijnen van de hand van Ron van den Berg over Carel van Lier, de oprichter van Kunstzaal Van Lier, en zijn vrouw Elisabeth.

Carel van Lier was één van de belangrijkste vooroorlogse galeriehouders in Nederland. In zijn Kunstzaal Van Lier (1924-1927 in Laren, 1927-1949 in Amsterdam en van 1946-1951 in Blaricum) toonde hij als een van de weinigen uitsluitend werk van moderne kunstenaars van het moment, zoals Charley Toorop, Paul Citroen, Jan Sluyters, Edgar Fernhout, Eva Besnyö, Dick Ket, Carel Willink en John Rädecker. Naast Nederlandse expressionisten, realisten en magisch-realisten exposeerden ook uitgeweken kunstenaars zoals Georg Grosz (1936) en Max Beckmann (1938) bij Van Lier. Daarnaast pionierde hij met Afrikaanse etnografica en Aziatische kunst.

De Kunstzaal werd midden 1942 onder druk van de bezetter overgenomen door een Verwalter.

Vanuit zijn woonplaats Blaricum moest Van Lier toezien hoe de bezetter hem steeds meer in het nauw bracht. Omdat hij getrouwd was met een niet-Joodse vrouw werd hij aanvankelijk verder met rust gelaten, tot hij aan een vals paspoort probeerde te komen en wilde onderduiken. In april 1943 ontdekte de Sicherheitsdienst de naam van Van Lier in een adresboekje van Willem Arondeus, een gearresteerd lid van het Amsterdams kunstenaarsverzet die, samen met onder anderen Gerrit van der Veen en Stedelijk-conservator Willem Sandberg, betrokken was bij de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister op 27 maart 1943. De SD stelde vast dat Van Lier steun verleende aan kunstenaars die geweigerd hadden te tekenen voor de Kultuurkamer.

Op 17 april 1943 werd hij gearresteerd, en via Amsterdam en het kamp Westerbork belandde hij op 23 maart 1944 in Auschwitz. Begin 1945 sleepten de Duitsers, met de Russen op de hielen, Van Lier als dwangarbeider naar het Oostenrijkse Mauthausen, en vervolgens naar kampen nabij Hamburg en Hannover. In februari of maart 1945 is hij nabij Hannover van uitputting en honger gestorven. In 2020 dus 75 jaar geleden.

Zijn vrouw Elisabeth (waarover in het juni-nummer van DEELgenoot meer) en het gezin zijn met moeite de oorlog doorgekomen. Na de oorlog namen de kunstenaars Edgar Fernhout, John Rädecker, Charley Toorop, Wim Schuhmacher en Carel Willink het initiatief om de kunstzaal van hun verloren vriend te heropenen.

Thom Schuitemaker, hoofd collectievorming

Leestip

Carel van Lier

Na mijn bezoek aan Athene las ik het boek over Carel van Lier van zijn kleinzoon Bas: Carel van Lier: kunsthandelaar, wegbereider 1897-1945 / Bas C. van Lier


Vragen of opmerkingen over de collectie?